Hoe het begon...
Zet vier avonturiers (drie afgestudeerden van de toneelacademie Maastricht en een docent) met niets dan ideeën samen rond een tafel in de Toneelacademie, omring ze met een bestuur en je hebt de ingrediënten voor het begin van het SETH-avontuur. Aan de wieg stonden Esther de Koning, Iris Stobbelaar, Bart van der Schaaf en Clément Mantz.
Even gaat de vraag nog over de tafel: wat wordt de naam van deze nieuwgeborene? Wordt het set of Seth? Stichting educatief toneel of Stichting Educatief Theater? Het wordt de laatste. Ze gaan dus educatief theater maken, maar wel zonder het vingertje; hun toneel moet confronterend en humoristisch zijn en dat wordt het ook getuige hun voorstellingen met thema’s als racisme en pesten: Harde niets ontziende voorstellingen voor leerlingen van het voortgezet onderwijs. Laat de emotie maar dichtbij komen, niets ontsnapt aan hen, dat is ook de kracht van (hun) toneel.
Natuurlijk zorgen ze ook voor begeleiding; de spelers gaan na afloop de klassen in, wat voor hen ‘a hell of a job’ is. Gelukkig maken ze spoedig ook lieve poëtische voorstellingen, zoals ‘Over Morgen’ voor kleine kinderen en hun ouders met een heuse violist op toneel. Kruisbestuiving heette dat toen, al kreeg je daar destijds nog geen subsidie voor.
De eerste presentatie
Het begon met letterlijk niks. Nou ja, van de 250 gulden die ze kregen van (toen nog) Hogeschool Maastricht, kochten ze voor 150 gulden decor: een sloopauto. Repeteren gebeurde buiten: op de parkeerplaats van het Huis van Bourgondië (toen nog Kruis). Op een houtje bijten dus, letterlijk kou lijden.
De eerste try-out, tevens de allereerste presentatie van Setheater, vond plaats in een school in Landgraaf. Vraag: hoe krijg je een sloopauto op een verhoog in een aula van een middelbare school? Een technisch team was er immers nog niet. Antwoord: met heel veel man, gelukkig speelde Setheater in een school en waren er … heel veel man. Na afloop werd trouwens voor een andere opzet gekozen en dus kwam er een ander decor.
De factor onverwacht
Het ging heel snel heel goed met SETH, dankzij de factor onverwacht: de Melkertbaan. Stichting Educatief Theater moest daarvoor getoetst worden bij de Kamer van Koophandel. Dus ondernemingsplannen werden gemaakt, begrotingen tot en met het jaar 2010 moesten geproduceerd worden. Het werd duidelijk dat de financiële fantasie aanstekelijk genoeg was om Melkertbanen te genereren. De sluizen gingen tijdelijk open. Honderd en tien procent werd gesubsidieerd. Honderd procent voor de spelers en 10 procent voor het decor en de postzegels. In korte tijd konden zoveel voorstellingen ontwikkeld worden, dat SETH een heus festival gingen organiseren in het Kumulustheater: het theater werd afgehuurd voor drie dagen en al de voorstellingen werden getoond aan een breed publiek. Het werd een festival met een (wereld)primeur; zaterdag middernacht stond de voorstelling ‘de naburen’ geprogrammeerd, over racisme met een schitterende muzikale opening van Carla Bley. Jammer genoeg zaten er, inclusief de SETH’ers, slechts een dertigtal mensen in de zaal, waaronder een viertal studenten (op deze doelgroep had SETH een beetje gemikt, studenten die het wel gaaf zouden vinden 's nachts in het theater te zitten).
Wie zal het zeggen, waarschijnlijk was er toch wat te weinig op de dikke trom geslagen voor deze ‘wereldprimeur’. Al bij al ligt het idee nog steeds bij SETH in de kast: 's nachts theateropvoeringen met erna… ach ja, er valt veel te bedenken, maar het gaat toch om het doen en in die tijd deed SETH heel veel. Helaas zou de Melkertbaan twee jaar later wegens succes al weer verdwijnen. Waarmee ook de mankracht van SETH drastisch verkleind werd.
Het diepterecord
De 30 koppen ’s nachts bij het festival was niet het diepterecord qua publiek. Het diepterecord werd gehaald met de voorstelling ‘het nest’, waar op een avond slechts zes mensen kwamen opdagen. Oorzaak? Er waren weer eens een keer wereldkampioenschappen voetballen en Nederland speelde en SETH... SETH was zo bezig geweest met theatermaken in zijn eigen kleine wereldje dat tijdens de planning daar geen rekening mee gehouden was.
Dit gebeurde in het toenmalige ‘Seth-theater’ aan de Tongerseweg, waar de ruimte tijdelijk omgetoverd werd tot een theater, met een wc op de cour van de boer. De eigen wc’s waren immers tijdelijk onbereikbaar: wie de zaal kent weet dat deze zich bevinden aan de andere zijde van het speelvlak. Ironisch genoeg speelde in die voorstelling een wc-pot een belangrijke rol. Toch was het een memorabele voorstelling, want de regisseuse ging een relatie aan met een deel van het publiek en die relatie staat tot op de dag van vandaag nog recht overeind. En een ander deel van dat zeskoppig publiek dronk zoveel witte wijn aan het barretje dat het ondanks het WK een heel geslaagde avond werd.
De zaal is te klein
Het absolute hoogtepunt wat betreft publiek haalde SETH op een regenachtige zondag in januari, tijdens een jeugdvoorstelling die op drie zondagmiddagen op rij in het Kumulustheater zou spelen. Tijdens de eerste zondagmiddag controleerde Clément de kaartjes, begeleidde de voorstelling en zag dat het goed was. De zaal zat voor tweederde vol. Niet slecht voor een toen nog onbekend groepje.
Ook de volgende zondag trok Clément weer welgemoed op de fiets naar de Herbenusstraat met de kassa onder de arm. Hij opende de kassa met de hoopvolle gedachte ‘het zou wel eens vol kunnen worden’. Er waren namelijk heel wat reserveringen. Een kwartier later hoopte hij, kletsnat van het zweet, op wat anders, HULP! Gelukkig kwam Fons (de toenmalige chef van het Kumulustheater) toevallig langs met zijn kinderen, eigenlijk dus als publiek. Hij hielp Clément met het ‘verwerken’ van de rij, die begon aan de ingang van de zaal en eindigde ergens nabij de buitendeur van het Kumulustheater (voor wie het gebouw niet kent: een rij van ongeveer 75 meter). Fons en Clément stopten de zaal tegen alle brandvoorschriften in helemaal vol en stuurden de rest teleurgesteld naar huis met een ‘tot volgende week?!’.
Die volgende week bleek de aanwezige assistentie overbodig. De zaal was 2/3 vol. Niet slecht maar toch…
Ruimte gezocht
SETH bleef niet lang buiten repeteren. Op een dag kwam een vriend van een buurman van Clément naar hem toe en zei: “Clément jij zoekt toch ruimte?” Clément wist niet wat hij hoorde en knikte hartstochtelijk JA!!!??!!!,. “Ik heb iets voor je.”
En hij had iets voor SETH: het voormalige vakbondshuis, nog gebouwd door onze nationale bouwmeester Cuypers himself. Tot voor enkele jaren de Maastrichts gokhal bij uitstek -het kienpaleis- bij iedereen bekend en midden in de stad, naast de academie voor beeldende kunsten, op drie minuten loopafstand van het Vrijthof met een poort ernaast en een parkeerplaats. Het was een geweldig gebouw, waar SETH zo’n anderhalf jaar gezeten heeft. Iedere dag ontdekten SETH’ers weer nieuwe ruimten: het heerlijk kinderlijke gevoel dat het gebouw langzaamaan zijn geheimen afstaat aan zijn bewoners. Ook ‘Alles is Drama’ en de Toneelacademie konden gebruik maken van deze prachtige locatie. Zo gaf Johan Simons een voorstelling in ‘de witte zaal’. Het werd een voorstelling met het nodige naakt. De toenmalige hulpbisschop, die bij één van de reprises aanwezig was, keek, bedacht zich, murmelde iets tegen zichzelf en ging weg. Het was ook schokkend, maar voor SETH was het een feestje.
Hier gebeurde het, in dit gebouw bruiste het van activiteiten en zo begon heel organisch zich het plan te ontwikkelen hier een gebouw te maken voor kunsten: toneel, muziek, kunstenaarsateliers, kantoortjes voor grafici en theaterbureaus, en natuurlijk een grand café, waar het artistieke hart van Maastricht kon bruisen. SETH vond zelfs een ondernemer, die het wilde exploiteren! SETH was er in elk geval klaar voor en trok naar de eigenaar om een optie op het gebouw te nemen. ‘Meneer, wij hebben grootse plannen, SETH wil niet langer huren, SETH wil kopen!’. Jammer genoeg sloeg de factor onverwacht niet altijd in het voordeel van SETH toe. De toenmalige Hogeschool Maastricht had onraad geroken en ondernam actie, voordat SETH zijn plan kon realiseren. Onder het motto “je kunt je buurman maar één keer kopen”, ruilde ze met de Universiteit het Hof van Tilly, met het vers aangekochte Stuersgebouw.
Enzovoorts ...
